(pagina bijgewerkt: september 2016)

Zorgvisie en zorgbeleid: KraalZorG

De Kraal is er trots op dat de eigen didactiek en de eigen werkwijzen van zowel de lagere school als de kleuterschool een bijzondere plaats krijgen in de organisatie en begeleiding. Tot het schooljaar 2014-2015 was er ook in elke school een pedagogisch directeur kleuteronderwijs én een pedagogisch directeur lagere school werkzaam.  Parallel daarmee had De Kraal ook een zorgteam voor de kleuterschool én een zorgteam voor de lagere school. En een zorgcoöordinator voor de kleuterschool én één voor de lagere school.  Vanaf het schooljaar 2015-2016 wordt in De Kraal meer verticaal gedacht, per school (vestigingsplaats).  Eén directeur per school volgt de leerlingen op van 2.5 tot 12 jaar. Nu is er ook 1 zorgteam voor De Kraal waarin zorgcoördinatoren samen komen en ideeën uitwisselen voor een be-ZORGd basisonderwijs van 2.5 tot 12 jaar.  Dit verticaal denken betekent geenszins dat de eigenheid van kleuteronderwijs en lager onderwijs vermengd wordt.  In het zorgteam heeft ieder zijn specialiteit die hij of zij onder de aandacht houdt.  Dat kan de zorg voor de jonge leeftijd zijn of voor de oudste kinderen, maar even goed andere specialiteiten zoals leervoorsprong, dyslexie, moeilijk hanteerbaar gedrag, interdiocesane proeven, pesten enz.  Hetzelfde geldt voor de directie.  Alle directeurs koen elke week samen op maandag.  Ieder directeur heeft zijn eigen specialiteit, bijv. ICT, pastoraal, zorg, ... maar vanuit de wekelijkse intervisiemomenten worden die specialiteiten bewaakt en aan elkaar doorgegeven. 

Hieronder vind je een jaaroverzicht van het goed be-zorgd basisonderwijs van De Kraal. Daaronder volgt meer info over de specifieke zorg-aanpak voor kleuterschool en lagere school.

 

Kleuters (kleuterschool)

Leerlingen (lagere school)

Augustus (l) eind augustus

Startavond

met kennismaking ouders,  leerlingen, leerkrachten, directie, schoolbestuur, school,…

Augustus-begin september

Overdrachtgesprekken

  • Kindbespreking/klasscreening tussen klasleerkracht vorig en huidig schooljaar.
  • Kindbespreking/klasscreening bij overgang kleuterschool naar lagere school (directies-zorgcoördinatoren kleuterschool en lagere school).
  • Bespreking intake van kinderen vanuit buitengewoon onderwijs of kinderen met GON (geïntegreerd onderwijs)-ondersteuning.

 

September

Maand van onthaal en thuis komen in de kleuterklas.

Maand van onthaal en ‘starttoetsen’ SALTO-taaltesten voor instappers in de lagere school(verplicht).

  • Leervoorsprongtoetsen voor 2de tot 6de leerjaar.(Wiskunde)
  • Leerlingvolgsysteemtesten (LVS)-toetsen  (VCLB) voor wiskunde (L1-6),
     lezen(L2-3) en spelling(L2-6).

September

 Klassikale ouderavond met info over werkwijzen en –gewoonten van de leefgroep/klas.

 

Oktober-november

Eerste zorgperiode: observaties in de leefgroep/klas en basiszorg (+ noteren in het zorgdossier in Schoolonline).

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor kleuters met een gekend zorgtraject uit vorig schooljaar: observaties + zorgverhoging + eerste MULTIDISCIPLINAIR OVERLEG (MDO) rond de herfstvakantie.  Dit kan de oudercontacten van november vervangen maar dit wordt dan meegedeeld aan de ouders

Eerste zorgperiode: basiszorg +ontdekken zorgvragen via:

  • Observaties
  • Binnenklasdifferentiatie (bijv. coteaching)
  • Gesprekken tussen leerkracht en ouders, leerkracht en zorgleerkrachten (zorgcoördinator), leerkracht-directie,…
  • Klasscreening indien nodig
  • Toetsen leerinhouden, sociale vaardigheden, positieve ingesteldheid (= welbevinden en betrokkenheid) ,
  • Verslag in Schoolonline

 

+ waar nodig: verhoogde zorg

 Voor kinderen met een gekend zorgtraject van vorig jaar: verder zetten zorgverhoging en multidisciplinair overleg (MDO)

 

Oktober (week voor de herfstvakantie

 

Herfstrapport

November (vlak na de herfstvakantie):

Eerste klasscreening: korte bespreking van de kinderen en hun (mogelijke) zorgvragen.

 

 

Derde-vierde week november

Individuele oudercontacten

Indien meer tijd nodig is voor een bespreking, nodigen we de ouders uit voor een langer (zorg)gesprek, niet op het oudercontact.

Duo-collega’s zijn beiden op de oudercontacten aanwezig.

 

December (week voor de kerstvakantie)

 

Kerstrapport

December-februari

Tweede zorgperiode: observatie vooral gericht op de ‘zorgkinderen’ + zorgverhoging + verder zetten van de basiszorg

Tweede zorgperiode: basiszorg + ontdekken zorgvragen via:

  • Observaties
  • Binnenklasdifferentiatie (bijv. coteaching)
  • Gesprekken tussen leerkracht en ouders, leerkracht en zorgleerkrachten (zorgcoördinator), leerkracht-directie,…
  • Klasscreening indien nodig
  • Toetsen (leerinhouden, sociale vaardigheden, positieve ingesteldheid (= welbevinden en betrokkenheid) , AVI-leesniveaus
  • Gestructureerd werkrooster van zorgleerkrachten en zorgcoördinator
  • Verslag in Schoolonline

 

+ waar nodig: verhoogde zorg 

Januari

 

Systematische leervoorsprongtoetsen voor 1ste leerjaar.

 

Februari

Tweede klasscreening voor 5-jarigen met accent op overgang naar eerste leerjaar.

Tussentijdse toetsen/testen Leerlingvolgsysteemtoetsen (LVS) VCLB: lezen (L1-3),
wiskunde (L1-6),
 spelling (L1-6).
Nieuwe AVI test ( L1-6)

Als een zorg ontdekt wordt op basis van deze testen, is een individueel oudercontact/zorggesprek mogelijk.

Februari-maart-april

 

Klasscreening

1ste tot 6de leerjaar.  6de leerjaar laatst omwille van het invullen van de overgangsfiches basisonderwijs-secundair onderwijs (BASO-fiche).

Februari-maart (week voor de krokusvakantie)

 

Winterrapport

Begin maart

Tweede klasscreening  voor  3- en 4-jarigen + bespreking mogelijke zorginstappers

 

Maart-april (week voor de paasvakantie)

 

Lenterapport

Voor de paasvakantie

Zorggesprekken/MultiDisciplinair Overleg (MDO)’s, mede in functie van doorverwijzing naar buitengewoon onderwijs en GON-aanvragen.

Half mei

opvolgende screening voor de instappers van Krokus en Pasen

 

Na de paasvakantie

Tweede  individuele oudercontacten

 

Mei-juni

Derde zorgperiode

 

Eind juni

 

Zomerrapport

Feestelijk ontmoetingsmoment (contactmogelijkheid ouders-school) 

  

 Lees ook onze tekst over 'Kraalvisie op goed onderwijs'.

 

1. KraalzorG kleuterschool


Alle kleuters zijn nieuwsgierig. Ze spelen de hele dag en ontdekken zo wat er gebeurt als je geel met blauw mengt, wat er nodig is om een plantje uit een zaadje te laten groeien, hoe je ruzie maakt én hoe je dan terug vriendjes wordt, hoe ontspannend het is om samen te zingen, … Al deze speelse ontdekkingen vormen een basis waarop ze later in de lagere school verder bouwen.

 Elke kleuter legt deze ontdekkingstocht in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier af: wat sneller of wat trager, met veel of net weinig interesse voor taal, als sportman in de dop of zoveel mogelijk lichaamsbeweging vermijdend, snel wisselend van de éne activiteit naar de andere of supergeconcentreerd op waar hij mee bezig is, voortdurend samen met andere vriendjes of vaak op zichzelf, … Gelukkig dat er zoveel verschillen zijn. Wat zou de wereld saai zijn zonder al die boeiende verschillen.

Toch loopt het soms wel erg anders dan je hoopt! Mama en papa maken zich dan zorgen: Norah heeft wel erg veel moeite om samen te spelen. Seppe blijft wel erg lang de woorden verkeerd uitspreken. Tinne staat ’s morgens op en rent de hele dag door het leven zonder een moment tot rust te komen. Jef weent wel erg snel en vaak. Lindsey is al vijf en kan de kleuren nog niet foutloos benoemen… Deze zorgen willen we op school graag ernstig nemen.

 Kraal + Zorg = Kraalzorg

In de klas werkt de kleuterjuf in thema’s ('belangstellingscentra' of kortweg ook 'BC's genoemd). Deze thema’s sluiten aan bij de interesse en de leefwereld van de kleuters. Bij de voorbereiding van de week zorgt de juf ervoor dat ze de hele ontwikkeling van de kleuters stimuleert: vb. taalontwikkeling, wiskundige ontwikkeling, muziek, tekenen, lichaamsbeweging, godsdienst en waarden, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling, interesse voor wetenschap, schrijfmotoriek … Dit klasaanbod verfijnt de juf naar elke kleuter toe. Door spelletjes, oefeningetjes, taakjes, activiteiten eenvoudiger te maken, wat complexer te maken of op een andere manier aan te passen, zorgt de juf voor een aanbod dat uitdagend is en leerkansen biedt voor elke kleuter. We vinden het in de Kraal belangrijk dat elke kleuter zich thuis voelt in de klas en daar krijgt wat hij/zij nodig heeft om verdere stappen te zetten in zijn/haar ontwikkeling.

Daarom staan de zorgleerkracht en de klasleerkracht ook vaak samen in de klas. Dit zorgt voor veel extra kansen: De zorgleerkracht kan de klas overnemen terwijl de klasleerkracht een groepje begeleidt dat wat extra aandacht nodig heeft. Het is fijn voor een klasleerkracht om het management van de klas even te kunnen overlaten aan de zorgjuf en dit groepje intensief te begeleiden. Zo kan ze echt elk kind van haar klas geven wat het nodig heeft. Ook voor de zorgleerkracht is dit een prettig moment. Zij leert de kleuters kennen in hun klassituatie en kan hen op dit moment ook zinvol begeleiden en stimuleren.

De zorgleerkracht en de klasleerkracht kunnen er ook voor kiezen om de klasleerkracht de klaswerking verder te laten zetten terwijl de zorgleerkracht één kleuter of een groepje begeleidt. Zo kan zij kleuters speciale aandacht geven in hun vertrouwde omgeving. Zij helpt één of meerdere kleuters tijdens een activiteit of biedt een activiteit op maat van één kind of een groepje.

Soms is het beter dat de kleuter uit de klas gaat en in het zorglokaal, in een rustigere omgeving, in een kleinere groep of zelfs alleen kan werken. Dan neemt de klasjuf of de zorgjuf deze kindjes mee uit de klas om in het zorglokaal, buiten op een rustige speelplaats, in een rustig gymlokaal, … te werken.

Voor sommige kleuters is er nog meer nodig. Zij hebben zeer specifieke zorgvragen waarbij het schoolaanbod niet meer voldoende is. Op dat moment willen wij als kleuterschool onze schoolpoort graag openzetten voor een externe hulpverlener. Een Gon-begeleider*, een logopedist, een kinesist, ..  kan vragen van leerkrachten beantwoorden en kan het kind de nodige hulp geven.

Als de school bezorgd is over de ontwikkeling van een  kleuter, proberen we zo snel mogelijk de ouders aan te spreken. Zo kunnen we samen rond de tafel zitten, informatie uitwisselen, van elkaar leren en samen zoeken hoe we het best verder gaan.

Wacht als mama of papa zelf niet te lang als je met zorgen zit. Spreek de juf aan als je je ergens zorgen over maakt.  Zo zorgen we samen voor  onze kleuters!

 (*Een gon-begeleider is een leerkracht die vanuit een school voor buitengewoon onderwijs en vanuit haar specialisatie een aantal uren (meestal 2) per week een kleuter met specifieke zorgen komt begeleiden.)

   

 

2. KraalzorG  in de lagere school 

                                                                                      

Zorgen voor kinderen is meer dan alleen maar lesgeven. We proberen als school ons opvoedingsproject neergeschreven in de kralen van de Kraal, na te streven. Dit zijn hierin de accenten vanuit KraalzorG: 

  • Elk kind, elke leerling is uniek.  

De leerkracht probeert het onderwijsaanbod af te stemmen op de specifieke mogelijkheden van elk kind. Elk kind heeft recht op een optimale ontwikkeling. Elk kind heeft ook recht op “ongelijkheid”, ook binnen de klassituatie, om de maximale ontplooiing van zijn/haar mogelijkheden te vrijwaren.

  •  Maximale ontplooiing van elk kind

Elke zorgverbredende benadering beoogt een harmonische ontwikkeling van de totale persoon (hart-hoofd-handen).

  • Verbondenheid

Kinderen en leerkrachten leven en werken in verbondenheid. Ze zijn gelinkt, verbonden aan elkaar, de omgeving, de gemeenschap, de multiculturele leefwereld. Respect voor de eigenheid van elk kind en aanvaarding van ieders anders-zijn, met extra aandacht voor kansarmen.

  • Welbevinden en betrokkenheid

We aanvaarden kinderen zoals ze zijn. Belangrijk is dat kinderen welbevinden en betrokkenheid mogen ervaren.  Wanneer kinderen succeservaringen mogen opdoen en bevestigd worden in wat ze reeds kunnen, zullen ze hun talenten ontplooien. Dit vergt geduld en begrip voor wie en wat kinderen mogen zijn.

  • Elk kind heeft groeikansen.

We geloven in de groeikansen van elk kind. Het komt er dus op aan het ontwikkelingsproces in beweging te houden. Ook wanneer socio-emotionele factoren, leerproblemen, leer-, aandachts- en/of ontwikkelingsstoornissen een normale ontwikkeling dreigen te verstoren.

  • De hulpvraag van elk kind staat centraal.

De school zorgt voor zorgbrede activiteiten inzake de preventie en zorgverbredende activiteiten inzake remediëring van ontwikkelings- en/of leerachterstanden, socio-emotionele problemen.

Gerichte differentiatie is hierbij dan ook één van de gebruikelijke middelen. Hierbij staat steeds de specifieke hulpvraag van het kind centraal.

 


De zorgniveaus

Onze Kraalzorg speelt zich af op 4 niveaus.

 

  1. Niveau 0: de brede basiszorg.

    De klastitularis zorgt voor kwaliteitsvol onderwijs door een krachtige leeromgeving te organiseren. Een krachtige leeromgeving kenmerkt zich door enkele didactische principes: - een positief, rijk en veilig leerklimaat;

    - betekenisvol leren;

    - rijke ondersteuning en interactie;

    - brede evaluatie;

    - gerichte differentiatie en goede observatie (al dan niet met de hulp van de

      zorgleerkracht).

    In zo’n leeromgeving voelen kinderen zich maximaal betrokken.

    Hoe beter je als school je basiszorg uitbouwt, hoe minder leerlingen nood hebben aan  extra zorg.

    Voorkomen is beter dan genezen (=preventie).

     

  2. Niveau 1: de verhoogde zorg.

    Als de aanpak van niveau 0 niet volstaat, wordt er met behulp van de zorgleerkracht gericht een tandje bijgestoken.

    In overleg wordt de te volgen weg uitgestippeld om het ontwikkelingsproces van elk kind een stimulans te geven.

    Hoe?

    -  observeren en analyseren van de onderwijsbehoeften

    -  gerichter differentiëren

    -  remediëren

    -  compenseren: tijdelijk extra hulpmiddelen aanbieden: vb. getalkaarten, tafelkaart,

       splitskaart, …

    -  zoeken naar verdieping en uitbreiding voor kinderen met een leervoorsprong

     

  3. Niveau 2: uitbreiding van zorg.

    Indien de maatregelen van niveau 1 niet de gewenste resultaten opleveren schakelen we multidisciplinair overleg in (MDO). Hierbij wordt beroep gedaan op de expertise van het CLB (Centrum voor Leerling Begeleiding).  De aanpak van niveau 0 en niveau 1 wordt geëvalueerd en geanalyseerd. Samen worden de verdere stappen afgesproken en wordt de te volgen weg bepaald.

    Hoe?

    -  opstellen van een handelingsplannen

    -  opstellen van sticordimaatregelen voor kinderen met leerstoornissen (dyslexie,

       dyscalculie, dyspraxie, …).

    -  curriculumdifferentiatie: individueel onderwijstraject

    -  samenwerking met externen: logopedisten, kinesisten, kinderpsychiaters/-psychologen,

       orthopedagogen, …

    -  GON-werking (geïntegreerd onderwijs voor kinderen met specifieke

       onderwijsbehoeften).

     

  4. Niveau 3: overstap naar een school op maat.

    Het kan zijn dat het zorgaanbod van de school en eventuele ondersteuning door externen onvoldoende antwoord biedt op de onderwijsbehoeften van de leerling. Wanneer de school onvoldoende draagvlak heeft om adequaat in te gaan op de zorgvraag en de vraag om nog meer aanpassingen is een doorverwijzing naar een andere school, met een meer specifiek aanbod, een zinvol alternatief. Dit advies wordt uiteraard uitgebreid besproken op het MDO.

Besluit

Kinderen leren maar als ze zich goed voelen, als ze graag naar school komen. Daarom focussen we op de kwaliteiten en talenten en investeren we in welbevinden en betrokkenheid

Leren is meer dan rekenen en taal.

Daarom zorgt de school voor een krachtige leeromgeving. Goede observatie, brede evaluatie (niet enkel het product, maar ook het proces is belangrijk) en eerlijke en heldere communicatie en rapportering zijn hierbij onontbeerlijk.
Problemen worden niet uit de weg gegaan. Er wordt samen gezocht (ouders, kinderen zelf, leerkrachten, zorgleerkrachten, directie, CLB, externen, …)  naar een constructieve oplossing die perspectief biedt voor alle partijen.

   

Lees verder: