(pagina bijgewerkt: juli 2017)

Hoogbegaafdheid en leervoorsprong

 

2 à 3% van de leerlingen van de lagere school is hoogbegaafd. 13 à 14% van de leerlingen van de lagere school heeft een leervoorsprong.

 

Wat houden hoogbegaafdheid en leervoorsprong precies in?

Wanneer er over hoogbegaafdheid gesproken wordt, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen hoogintelligent en hoogbegaafd zijn.

Wanneer een leerling een IQ van 130 of meer heeft, is deze leerling hoogintelligent.

Bij hoogintelligentie geldt alleen het IQ als criterium.

Bij hoogbegaafdheid echter gelden naast cognitieve gegevens ook zijnsgegevens. Een hoogbegaafde leerling is een hoogintelligente leerling met daarnaast een hoog creatief denkvermogen, een sterke motivatie en veelal een sterk doorzettingsvermogen.

Dit houdt in dat iedere hoogbegaafde leerling hoogintelligent is, maar niet iedere hoogintelligente leerling hoogbegaafd is.

 

Het is belangrijk dat hoogbegaafde leerlingen hun talenten kunnen ontplooien. Ze moeten geprikkeld worden om hun motivatie te behouden.

50 tot 80% van de hoogbegaafde leerlingen stelt het goed, prikkelt zichzelf en heeft geen problemen. Bij 20 tot 50% loopt het minder vlot. Zij hebben hulp nodig om hun talenten te kunnen ontplooien, zo niet kunnen zij evolueren naar leerlingen die onderpresteren (snel tevreden, onvoldoende inzet, slechte punten …), leerlingen die zich te veel aanpassen, gedemotiveerde leerlingen, leerlingen met faalangst, ongelukkige leerlingen, …

Ze kunnen geholpen worden met versnelling, verrijking en verdieping.

Versnellen houdt in dat de leerlingen bepaalde leerstof overslaan of sneller door de verplichte leerstof gaan zodat er extra tijd vrijkomt voor o.a. verrijking.

Bij verrijking gaan de leerlingen, naast de gewone leerstof, ook andere leerstof verwerven.

Daarnaast kunnen de leerlingen zich ook verdiepen in de aangeboden leerstof waardoor ze meer kennis en vaardigheden over een specifiek onderwerp kunnen opdoen.

 Leerlingen met een leervoorsprong zijn leerlingen die de leerstof die pas later zal worden aangeboden al verworven hebben.

Voor zowel hoogbegaafde leerlingen als leerlingen met een leervoorsprong is het belangrijk dat zij leren om inspanningen te moeten leveren en ervaren dat niet altijd alles van de eerste keer lukt. Ze moeten, net als andere leerlingen, de voldoening van een ‘echte prestatie’ kunnen ervaren en naar school gaan om iets te leren wat ze nog niet kunnen.

 

In september worden de leerlingen van De Kraal getest op hun kennis van wiskunde. Op deze manier krijgen we zicht op de leerlingen met leervoorsprong voor wiskunde.


Deze leerlingen krijgen extra uitdaging (verdieping, versnelling of verrijking)wanneer de leerstof voor wiskunde reeds beheerst is of wanneer er minder inoefening nodig is.

Soms volgen de leerlingen de les gewoon mee zodat er geen tekorten worden opgebouwd en zodat er meerdere strategieën aan bod kunnen komen.

 

Leerlingen die in de loop van het schooljaar opvallen door leervoorsprong komen ook in aanmerking voor een aangepast programma. Ook voor andere vakken wordt extra uitdaging aangeboden, maar hiervoor wordt geen specifieke screening gedaan.

 

Lees ook: zorgvisie en zorgbeleid.