(pagina (bijgewerkt: juli 2018)

 

Huiswerk en lessen

Huistaken/huiswerk worden in principe onder ouderlijk gezag uitgevoerd. Het doel is vooral de ouders zicht te geven op waar hun kind mee bezig is en hoe het omgaat met dat werk. 

In het lager onderwijs worden alleen op maandag, dinsdag en donderdag schriftelijke huistaken gegeven. De taken die op maandag en donderdag moeten worden afgegeven, worden enkele dagen vooraf opgegeven. De huistaken staan duidelijk in de agenda genoteerd.

In het lager onderwijs hebben sommige klassen een klasagenda. Deze agenda wordt ook gebruikt om belangrijke berichten door te geven. Ouders en leerkrachten moeten daarom de agenda zeer regelmatig controleren. Klasspecifieke of schoolspecifieke afspraken worden per klas meegedeeld in het begin van het schooljaar.

In vele klassen communiceren ouders en leerkrachten onder meer via een heen-en-weermapje of/en via ons berichtensysteem ‘Questi.  We verwachten dat ouders deze berichten regelmatig nalezen

Wie geen mailadres heeft waarop hij/zij vlot bereikbaar is of geen computer ter beschikking heeft, wordt per brief (via de boekentassen) geïnformeerd over de zaken die de school aanbelangen. Beide ouders, pleegouders of wettelijke voogden die worden opgegeven ontvangen alle nodige informatie. Wie niet digitaal kan of wenst geïnformeerd te worden, laat dit weten aan de klastitularis.

In de lagere school krijgen kinderen huiswerk om hen de kans te geven bepaalde vaardigheden nog eens te oefenen, om nieuwe kennis in te studeren, om hen een studie- en werkhouding te ontwikkelen, …

Huiswerk is ook de brug tussen school en thuis.  Via het huiswerk krijgen de ouders informatie over wat aan bod komt in de klas en hoe uw kind omgaat met werk dat het normaal moet aankunnen.

Als school hebben wij de opdracht om de eindtermen “leren leren” (1) van het departement onderwijs te volgen. 
Leren leren” is meer dan alleen leren studeren. Het is het verwerven van kennis, vaardigheden (zoals fietsen, lezen, zwemmen, onderhandelen, …)  en attitudes (kritische zin, leergierigheid, zelfzekerheid, …).  Leren (hoe je moet) leren is leren hoe je dat zo goed mogelijk aanpakt.
Dat start uiteraard in de klas.  Al van in het eerste leerjaar zijn er activiteiten die het “leren leren” stimuleren.  Doorheen de lagere school worden deze activiteiten uitgebreid en uitgebouwd.
Kinderen leren hun schooltas maken, hun taken plannen, maar ook hoe ze het best iets leren; ze leren reflecteren over de manier waarop ze een opdracht hebben aangepakt en hoe ze het volgende keer (beter) kunnen doen, …

De schoolagenda is een werkinstrument dat hen daarbij helpt en tips aanreikt.  Het is ook een communicatiemiddel tussen school en thuis.  Het is dus belangrijk dat je dagelijks opvolgt wat er in de agenda van uw kind staat. In sommige klassen wordt niet meer met een agenda gewerkt.  Voor die klassen is extra belangrijk om de communicatie per mail op te volgen.

Af en toe krijgen de kinderen een taak op “Bingel.be”, een digitaal huiswerkplatvorm. 
Indien je geen internet ter beschikking hebt, kan je dit melden aan de leerkracht zodat er kan gezocht worden naar een oplossing. (zie ook “ICT op school en thuis”)

(1)    Eindtermen “Leren leren” : http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/basisonderwijs/lager-onderwijs/leergebiedoverschrijdend/leren-leren/eindtermen.htm